Je smeert je 's ochtends keurig in voor je ochtendrun of buitentraining en denkt daarmee klaar te zijn. Toch loopt precies dat moment de meeste kans om je huid alsnog te laten verbranden. Zweet, een handdoek langs je gezicht en wrijven met je shirt vegen zonnebrand namelijk veel sneller weg dan je denkt, en op een zonnige trainingsdag ben je vaak allang weer onbeschermd voordat je het door hebt.
Onder sportievelingen leeft nog steeds het idee dat één laag 's ochtends genoeg is, zeker bij een training van een uur. Dat blijkt niet te kloppen, en juist actieve vrouwen die veel buiten trainen lopen hierdoor meer risico dan ze beseffen.
Waarom zonnebrand tijdens het sporten sneller verdwijnt
Zonnebrandcrème vormt een beschermlaag op je huid, maar die laag is kwetsbaar. Zweet spoelt de crème letterlijk weg, en elke keer dat je je gezicht afveegt met een handdoek of de rug van je hand neem je een deel van de bescherming mee. Bij een stevige HYROX-training, een lange duurloop of een middag padel in de zon is die laag na verloop van tijd simpelweg niet meer intact.
De vuistregel van de Huidkanker Stichting is dan ook duidelijk: sporters smeren opnieuw in na zweten, zwemmen en afdrogen, ongeacht hoe hoog de factor is. Ook een waterbestendige zonnebrand houdt niet eeuwig stand, die term betekent alleen dat de crème iets langer meegaat, niet dat je hem kunt vergeten.
Hoe vaak je eigenlijk zou moeten insmeren
Voor gewoon buiten zijn geldt vaak een interval van twee tot drie uur. Zodra je intensief sport en flink zweet, ligt dat interval een stuk korter: reken op elke veertig tot tachtig minuten, afhankelijk van hoe hard je traint en hoe warm het is. Bij een lange trailrun of een dagje op de racefiets betekent dat in de praktijk twee of drie keer bijsmeren, ook als de zon niet fel lijkt te schijnen.
Wolken houden UV-straling namelijk maar deels tegen, en juist op een bewolkte zomerdag onderschatten veel mensen hoeveel zon ze binnenkrijgen tijdens een lange buitentraining.
Kies een formule die tegen zweten kan
Niet elke zonnebrand is geschikt om mee te sporten. Een dikke, romige crème voelt op de bank prettig, maar op je huid tijdens een intensieve training zorgt die voor een plakkerige laag waar zweet niet doorheen kan verdampen. Zoek voor sportmomenten naar een lichte, waterbestendige formule, het liefst een gel of vloeibare spray die snel intrekt en niet in je ogen prikt zodra je gaat zweten.
Factor 30 is het wettelijke minimum dat de Huidkanker Stichting aanraadt, maar voor lange buitentrainingen in de volle zon is factor 50 een verstandigere keuze. Je smeert dan weliswaar nog steeds bij, maar de basisbescherming is hoger als je een keer een moment mist.
De plekken die je steevast vergeet
Bij het insmeren voor sport slaan de meeste mensen dezelfde plekken over: oren, nek, het scheitje in je haar en de bovenkant van je voeten in korte sokken. Draag je een pet of een haarband tijdens het hardlopen, dan blijft er vaak een streep huid onbeschermd tussen de rand van de pet en je haargrens. Juist die randjes verbranden het snelst, omdat je ze zelf nauwelijks ziet.
Lippen worden ook vaak vergeten, terwijl ze bij een lange buitentraining net zo blootgesteld zijn als de rest van je gezicht. Een lippenbalsem met SPF in je sporttasje voorkomt dat je na een middag buiten met gebarsten, verbrande lippen thuiskomt.
- Smeer minimaal twintig minuten voor je training in, zodat de crème kan intrekken
- Herhaal na zwaar zweten, ook als je de crème niet hebt afgeveegd
- Kies een gel of spray boven een dikke crème voor intensieve trainingen
- Vergeet oren, scheiding, nek en lippen niet
- Draag bij felle zon aanvullend een pet of zonnebril, crème alleen is niet genoeg
Twee hardnekkige misverstanden over zonnebrand en sport
Het eerste misverstand is dat een hoge factor de noodzaak om bij te smeren overbodig maakt. Factor 50 filtert weliswaar meer UV-straling weg dan factor 30, maar de bescherming slijt bij zweten net zo snel als bij een lagere factor. Een hoge factor betekent dus een betere basis, geen vrijstelling van herhalen.
Het tweede misverstand gaat over bewolkte dagen. Veel sporters laten de zonnebrand thuis zodra de lucht grijs is, terwijl tot tachtig procent van de UV-straling gewoon door bewolking heen komt. Juist tijdens een lange buitentraining op zo'n dag loop je zonder dat je het merkt alsnog een fikse dosis op, simpelweg omdat je langer buiten bent dan op een stralende dag waarop je bewust wegkruipt in de schaduw.
De Consumentenbond wijst er daarnaast op dat de hoeveelheid crème vaak te krap wordt uitgesmeerd. Voor je hele lichaam is ongeveer zeven theelepels nodig, oftewel een stuk meer dan de meeste mensen gewend zijn te gebruiken. Smeer je te dun, dan haal je in de praktijk nooit de factor die op de fles staat.
Wat dit betekent voor je trainingsroutine
Een zonnebrandje in je sporttas is net zo vanzelfsprekend als een bidon water, zeker nu je tijdens het zweten al goed op je vochtbalans let. Reken op bijsmeren bij elke lange buitentraining, en laat een dikke crème staan voor rustdagen. Wie serieus buiten traint, of het nu gaat om voorbereiding op een HYROX of gewoon een stevige duurloop, doet er goed aan zonbescherming net zo vast in de routine te zetten als stretchen achteraf. Je huid maakt namelijk niet elke training weer goed wat je erop laat inbranden.